|
ALEX D’ELECTRIQUE Alex d’Electrique was een theatergroep. Zoveel is wel duidelijk. Neerlands rauwste theatergroep zijn ze genoemd, en ‘het hardhandige groepje’. Alex d’Electrique is opgericht in 1980, en heeft sindsdien meer dan twintig voorstellingen en een televisieserie gemaakt. De artistieke spil van de groep was al vanaf het begin Ko van den Bosch, met daaromheen een kerngroep van acteurs en vormgevers. Het begint allemaal als Electric Alex in 1980 het Camerettenfestival wint. Niet dat dat een garantie voor een succesvolle toekomst is. De eerste plaats werd gedeeld met Container B en Pierrot Productions. Electric Alex bestond uit Ko van den Bosch, Maarten Balm en Ed Bosma. De eerste jaren is dat ook de kerngroep geweest, tegenwoordig is de één dokter Balm en de ander ingenieur Bosma. Rondom Ko van den Bosch was een nieuwe kerngroep ontstaan met Raymond Spannet, Raymonde de Kuyper, Martin Hofstra en Wim Conradi. De wanorde bleef. Waar slaat het op wat Alex deed? De inspiratiebronnen waren uiteenlopend, maar helder. De voorstellingen waren filmisch, maar leken dan vooral op de achtervolging en shootout van de slechtere B-film. Vandaar de kettingzaag en het ontploffende toilet. Verdere inspiratiebronnen waren Monty Python, de tekenfilms van Tex Avery, pop, Performance Art, futurisme, dadaïsme, fluxus en ‘alle verhalen die door de Europese cultuur dwarrelen’, zoals Alex het zelf zei. En dan kun je de namen van de absurdist Alfred Jarry en de Poolse schrijver/schilder Witkiewitz nog aan dat rijtje toevoegen. Maar dat kun je ook laten. Decor, spel, licht en geluid waren bij Alex d’Electrique geen losse onderdelen van de voorstelling. Het decor was net zo goed een personage als de acteurs. De muziek en geluidseffecten waren ook absoluut geen achtergrondgeluid. De vormgeving leek niet bedacht, maar ontstaan. Niet gestileerd, maar wel gecompliceerd. En de spelers leken volkomen vertrouwd met de zooi om hen heen. Organisch is een vies woord, maar de totstandkoming van een Alex-voorstelling is organisch te noemen. En vaak ook vies. Bij de eerste repetities was er nog geen compleet script, maar zaten de scènes los in een mapje. De tekst werd steeds aangepast, tegelijk met het decor, rekwisieten en andere geluid en licht. De spelers ontwikkelden zelf het decor en de attributen. De ‘rauwe omgang met decors’ was een herkenbaar onderdeel van de voorstellingen. Het spel van de Alexen was nogal fysiek. Iemand loopt keihard met z’n kop door een deur, zware lampen zwieren tussen de spelers door en koelkasten vol drank komen uit de lucht vallen. En dat betekent niet wegduiken, maar zuipen. De special effects waren vaak op het enge af, en soms alleen smerig, of ingenieus; een schoen die in de fik vliegt kan mooi dienst doen als aansteker. Maar altijd brachten ze de voorstelling in een stroomversnelling of draaikolk. Er kwam niet voor niets een koelkast uit de lucht vallen. De speelstijl was tussen dit geweld ook niet psychologisch, maar eerder associatief, vervreemdend of absurd te noemen. Maar toch kwam het niet onlogisch over als een speler uit zijn rol stapt, ineens volkomen over de top een neger speelt en dan weer doorgaat waar we waren. De personages werden geschreven op de acteur die de rol moet spelen, misschien dat het daarom klopt. Paul Kempers weet het mooi te zeggen in zijn boek over 20 jaar Alex d’Electrique: het is “een absurdistische cocktail van bizarre voorvallen, waarin doorgaans veel bloed, sperma en ander vocht vloeit.” Daarom had Alex het “imago van een bende ongeregelde punks die het theater achterwaarts dweilend verlieten.” Alex d’Electrique was één van de weinige groepen die vooral zelfgeschreven stukken spelen. De eerste zes projecten, tot en met The Electric Suburb uit 1988, zijn geschreven door Ko van den Bosch en Ed Bosma. Daarna is Ko van den Bosch steeds meer de schrijver van de groep geworden. Nu en dan leent ook een vreemd stuk zich voor een Alex d’Electrique-voorstelling, na een grondige bewerking. Alex heeft zelfs een periode repertoiretoneel gespeeld. Maar dan anders. Er waren stukken van Büchner, Shakespeare, Jelinek, Bernhard en van Henrik Stohl, exponent van een nieuwe Scandinavische golf van performance kunstenaars. Bullshit triggert bullshit. De teksten van Ko van den Bosch. De titel van een nooit geschreven afstudeerscriptie. Regisseur Ola Mafaalani en veel anderen zeggen dat de teksten nauwelijks los te zien waren van de visuele Alex speelstijl. En dat zal best, maar het zou best de moeite van het proberen waard zijn, al was het maar om zelf bij de one liners en dialogen de stem van Raymonde de Kuyper te fantaseren. In de teksten van Ko van den Bosch eindigen vragende zinnen met een punt en vind je de logica als je bij de associatie rechtdoor gaat. De teksten zijn altijd humoristisch, meestal fragmentarisch en soms van een FC Knudde-achtige eenvoud: vraagt Eva aan Helmholtz: Wat maak jij daar? Voor de liefhebber is er een boek verschenen met de teksten van vier stukken van Alex d’Electrique, waar ook bovenstaande fragmenten uitkomen. Een prachtige kooptip. |